|
|
|
|
De onderbouw In de jongste kleutergroepen (4/5-jarigen) worden de begrippen en nieuwe woorden aangeleerd aan de hand van thema's die de kinderen aanspreken. We werken spelenderwijs aan het vergroten van de woordenschat en de mondelinge taalvaardigheid. Terugkerende activiteiten zijn: vertellen, luisteren, zingen, spelletjes doen en het maken van werkbladen. In de tweede onderbouw groep (5/6/7 jarigen) ligt de nadruk op de ontluikende geletterdheid. We maken een begin met het leesproces. De typisch Nederlandse klanken krijgen speciale aandacht, ook geldt dit voor de klanken die in de andere taal van het kind anders worden geschreven of uitgesproken (de interferentie tussen talen). Waar mogelijk proberen we het leesonderwijs versneld te doorlopen, aangezien de meeste kinderen al kunnen lezen in een andere taal. Voor kinderen voor wie het Nederlands een gedeelde moedertaal is, besteden we in deze groep ook aandacht aan het vergroten van de woordenschat en de spreekvaardigheid. De middenbouw In de middenbouw groepen (7/8 jarigen) werken we verder aan het technisch lezen. Nu kunnen de kinderen zelf verhaaltjes lezen en eenvoudige teksten schrijven. We starten met de taalmethode waarin ook de andere taalaspecten aanbod komen, zoals: voortgezet technisch lezen, begrijpend lezen, woordenschat, stellen en taalbeschouwing. Voor de spelling gebruiken we een aparte leergang. In deze periode is het belangrijk dat de kinderen plezier krijgen in het lezen van boeken, zodat de woordenschat wordt verbreed en verdiept. De bovenbouw groep In deze groep (9/10/11 jarigen) wordt verder gebouwd aan de taalontwikkeling, zowel schriftelijk als mondeling. De kinderen kunnen langer zelfstandig werken en vervolgen hun weg door de taalmethode en de spellingleergang. Zelf boeken lezen, teksten schrijven, spelenderwijs oefenen met spreekwoorden en gezegden zijn belangrijke activiteiten in deze groep. De werkwoordspelling, die in het Nederlands heel lastig is, wordt natuurlijk niet vergeten. Het Voortgezet Onderwijs De taalaktiviteiten in deze groep zijn gericht op het behalen van een examen, waaronder het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal en het IGCSE (Nederlands als eerste of als tweede taal). Huiswerk Ondersteuning en waar mogelijk begeleiding is van groot belang bij dit type moedertaalonderwijs. We geven huiswerk in alle groepen en informeren de ouders van de onderbouw over de thema's die we behandelen, zodat zij hier thuis op kunnen inspelen. Cultuuronderwijs Naast alle taalgetinte activiteiten, vinden we het ook belangrijk om de kinderen iets over te brengen van het 'Nederlandse erfgoed' in brede zin. We gebruiken hiervoor o.a. de map: Band met Nederland, een uitgave van de St. NOB te Voorburg. Rapportage aan de ouders Twee keer per jaar, in februari en in juni, krijgen de kinderen een rapport. In de weken hieraan voorafgaand nemen we toetsen af om de vorderingen van de leerlingen te kunnen bepalen. We gebruiken toetsten die bij de methode horen en toetsen die niet-methode gebonden zijn. Deze laatste zijn de CITO-toetsen die in het Nederlandse basisonderwijs maatgevend zijn. Toetsen voor het voortgezet onderwijs bestaan uit de diagnostische toetsen uit de methode en de schoolexamens.
Naast deze schriftelijke informatie is het mogelijk om gebruik te maken van de "10-minuten" gesprekken in juni. We stellen het op prijs om alle ouders te spreken!
|
|
|
|